Mars van 11de zet onze wandelclub in de kijker

 

De tocht moet herinneren aan de mars die de soldaten van het 11e Linieregiment – destijds gelegerd in Hasselt – deden vanuit Leopoldsburg naar Hasselt. De tocht wordt door onze wandelclub georganiseerd in samenwerking met de ‘Erfgoedkring ‘Vrienden van het Elfde’ uit Hasselt, het Provinciaal Commando Limburg van Defensie en de gemeentebesturen van Beringen, Heusden-Zolder, Hasselt en Leopoldsburg.

Heel wat lange afstandswandelaars komen er naar toe. Dit jaar waren we met bijna 300, burgers en militairen, die deelnamen.

Erfgoed en sportiviteit gaan hier hand in hand.

Het 11e Linieregiment was een infanterieregiment van het Belgisch leger. Het werd bij de onafhankelijkheid van België in 1830 opgericht als voortzetting van de 11e Afdeling van het Nederlands leger. Vanaf 1830 tot zijn ontbinding in 1856 had het Hasselt als thuisbasis. Het verbleef deels in de Herkenrode-kazerne en deels in de Witte-Nonnenkazerne.

Op de toenmalige Wapenplaats werd in 1874-1875 een nieuwe kazerne voor het 11e Linieregiment gebouwd. Deze plaats kreeg in 1919 Martelarenplein als naam, als herinnering aan de 20 oorlogsslachtoffers die op de binnenplaats van de kazerne werden gefusilleerd.

In 1922 werd het plein omgedoopt tot Kolonel Dusartplein. De kazerne werd genoemd naar Charles Dusart, bevelhebber van het 11e Linieregiment vanaf 1913. Hij was de eerste hogere officier van het Belgisch leger die tijdens de Eerste Wereldoorlog sneuvelde tijdens een confrontatie met Duitse grenadiers bij Herstal.

Het 11de linieregiment werd op 31 januari 1956 ontbonden. Zijn muziekkapel gaf muzikale glans aan plechtigheden in de stad en haalde de militairen af als ze terugkeerden van een mars. Op donderdagavond gaf ze drukbezochte concerten op de inmiddels verdwenen kiosk op het Leopoldplein.

Iedere dag was het parade op het toenmalige Wapenplein. Soldaten hielpen de bevolking bij brand of overstroming.

Het vertrek van de Mars van het 11e vindt plaats aan de Villa Astrid in het Koninklijk Park in het kamp van Beverlo. Dit militair kamp lijkt wel een kleine (op sommige plaatsen onbewoonde) stad. Iemand vertelde mij dat 1/3 van de Belgische militairen hier gehuisvest zijn.

Op een onbewoonde heidevlakte van ca 4500 ha liet Leopold I in 1835 het kamp van Beverlo bouwen, met ca 430 ha voor de eigenlijke militaire nederzetting.

Het eerste voorlopige legerkamp (1837-1839) was omgeven door loopgrachten en veldschansen en in de 2e helft van de 19e eeuw vervangen door een parkachtige aanleg. De vroegere kamparchitectuur verdween grotendeels bij de zware bombardementen van WO2; wat overbleef werd grondig aangepast of afgebroken, maar het typische dambordsysteem van wegen en de rijke beplanting werd behouden.

Via het Brake-pad in de bosrijke omgeving van het domein verlaten we het kamp. Afwisselend wandelen we nu door bosrijke natuur, groen akkerland en kleinere bewoonde zones in Boskant en Korspel. Net voor de eerste rust in het Sint Jorisheem in Stal-Koersel wandelen we langs de vroegere terrils van de mijn van Beringen.

In de 14e eeuw kende Beringen zijn grootste bloei door handel en lakennijverheid. Met de achteruitgang van deze industrie begon ook het verval en weldra heerste hier zelfs armoede. In 1739 zou de Franse schrijver Voltaire – op doortocht in Limburg - hierover het volgende hebben aangetekend : ‘Dit is een barbaarse streek .. Men zegt dat hier veel rovers zijn, maar ik weet niet wie ze zouden kunnen bestelen ‘. De ontdekking van de steenkool heeft deze streek weer ontvoogd en in 1977 ontstond hier één van de meest logische fusies van de provincie. De steenkoolmijn van Beringen lag immers op het grondgebied van Koersel, de mijnkerk op het grondgebied van Beverlo. 

Eindelijk kwam een eind aan die versnippering. Beringen is weliswaar het centrum, maar toch de kleinste deelgemeente van de vier.

Koersel is vrij oud en werd voor het eerst vermeld in 1166. Koersel is altijd een arm landbouwdorp geweest zonder industrie, dat lag te midden van een uitgestrekt heidegebied. De heide besloeg hier aanvankelijk 2/3 van de oppervlakte en werd in de 19e eeuw grotendeels bebost. Na de oprichting van de ‘mijn van Beringen’ werd Koersel een mijnwerkersdorp en kende een echte bevolkingsexplosie. Een kwart van de inwoners zijn immigranten.

Net voorbij de rust wandelen we over de Kleine Beek en de Zwarte Beek We vinden dus ook water op de route. Voordien hebben we in Koersel gewandeld door de Valentijnstraat. Elk jaar wordt de straat door de lokale bewoners versierd ; die staat dan volledig in het teken van ‘Valentijn’.

Voorbij het busstation in Beringen oogt onze wandeling alsmaar meer groener, zeker in het gebied Muizenheide en Eversel, het volgende gehucht dat we zullen aandoen. Hier is ook de eerste splitsing op de route. De deelnemers aan de 42 km maken dan een bijkomende kleine lus. In het gehucht Eversel vertellen eenvoudige infobordjes – aangebracht door de Heemkundige Kring over de geschiedenis van deze plaats, waar zich ook de Sint-Jacobskerk uit 1850 bevindt. De kerk bewaart een Madonnabeeld uit 1500.

Voor tweede keer rusten we, deze keer in de mančge Meylandt Ridders in Ubbersel.

Vanaf Ubbersel stappen we richting Viversel en Bolderberg. Net voor Bolderberg passeren we misschien wel één van de mooiste wandelpaden op onze route. We bevinden ons dan in het gebied rond de vijvers van Terlaemen. Het landgoed is ongeveer 200 ha groot. Ongeveer de helft van het gebied hier wordt ingenomen door vijvers, gevoed door de Laam- en de Echelbeek, met rietkragen en zeggepollen en door moerassen met wilg en els, het overige gedeelte bestaat uit loof- en naadbossen, heidestruiken en weiden. In de verte merk je het kasteel als een witte stip in het landschap. Rustig wandelen is hier niet mogelijk vandaag, want er zijn trainingssessies op de omloop van Terlaemen op de flank van de Sacramentsberg.

Het parcours werd geopend in 1962-63, heeft een lengte van 4263 meter en is overal ten minste 10 meter breed. De rechte lijn naar de aankomst is over een lengte van 400 meter 19 meter breed.

Een bijzondere plaats hier is de Sacramentsberg. Deze scherpe heuveltop wordt zo geheten, omdat, volgens de legende, op deze plaats een kudde schapen zou geknield hebben, toen in 1317 de kapelaan van Viversel op weg naar de abdij van Herkenrode hier voorbijkwam met de wonderbaar bloedende H. Hostie, beter gekend als Heilig Sacrament van Mirakel, thans bewaard in de St. Quintinuskathedraal te Hasselt. De Sacramentskapel op de met dennen beboomde Sacramentsberg binnen de omloop van Terlaemen herinnert aan deze wonderbare gebeurtenis.

Het is ook net hier dat er een tweede splitsing voorzien is voor de stappers van de 42 km. Die wandelen via Vogelzangbos en de Kluis van Bolderberg naar de Witte Zaal in Bolderberg.

De Kluis ligt op het hoogste punt van de Bolderberg (60m). De Bolderberg is een langwerpige getuigenheuvel, die zich circa 20 meter boven het omliggende landschap verheft. Hij dankt zijn behoud aan de harde ijzerzandsteenlaag, die hem beschermt. Bovenop heb je een mooi panorama op de Limburgse Zuiderkempen en de vijvers en kasteel van Terlaemen. Dit is ook een van de hoogst genoteerde ‘gelukplekjes’ in Limburg.

De geschiedenis van de Kluis van Bolderberg begint in 1672 als Lambert Hoelen voor het eerst naar bedevaart trekt naar Loreto in Italië. Daar staat volgens de overlevering het huisje van Maria dat door de Italiaanse familie di Angeli van Nazareth naar Italië werd overgebracht. De legende echter vertelt dat engelen het huisje over de zee vlogen.

In 1673 bouwde hij zijn Kluis. Hij woonde er 23 jaren en overleed er in 1696. Zijn opvolgers hebben de kluis systematisch vergroot. Het kluiscomplex bestaat uit de kapel (midden), een tweeledig woonhuis, een kleine toren en een stal en wordt overschaduwd door eeuwenoude eiken, beuken en dennen. Nadat de kapel en de kluis bij de Franse bezetting waren geplunderd, werden ze opnieuw bewoond door burgers vanaf 1880 (1801 ?) tot na de Tweede Wereldoorlog. Bij gebrek aan nutsvoorzieningen stond het gebouw echter meer dan 50 jaar leeg en viel het ten prooi aan vandalen en souvenierjagers. In 1996 werd het als monument beschermd. De kluis is eigendom van de Baron de Villenfagne van Vogelsanck. Het is in erfpacht overgedragen aan het gemeentebestuur van Heusden-Zolder en wordt beheerd door de kerkfabriek Sint-Job van Bolderberg. In de loop der tijden verbleven 14 kluizenaars in de Kluis. In de voorgevel zijn drie basreliëfs aangebracht, die de boodschap van Maria voorstellen. Voor de kapel staat een mooi en sfeervol pelgrimskruis, waar pelgrims hun steentje kunnen bijdragen.

Vanaf rust 3 in Bolderberg is er opnieuw een splitsing. De deelnemers aan de 42 km wandelen dan door het vijvergebied Midden-Limburg. Dit vijverrijk gebied is het grootste vijvergebied van België met een totale oppervlakte van 40 000 ha. Het landschap is zeer bosrijk met zowel loof- als naaldbomen; er zijn ook waardevolle landbouwgebieden en een grote verscheidenheid aan flora en fauna. In het gebied liggen zowat 1175 vijvers of wijers (in het dialect) met een totale wateroppervlakte van 700 ha. Het bekendste wandelgebied in deze regio zijn de Platwijers in Zonhoven. De vijvers zijn kunstmatig gegraven door mensen; in de 12e eeuw werden er grote groeven gemaakt om ijzererts op te graven. Onder impuls van de abdij van Herkenrode werden de vijvers dieper gegraven om op die manier vissen te kweken.

De deelnemers aan de 32 km-staptocht wandelen via het domein Bovy en een stukje langs het Albertkanaal richting Stokrooie. Het ontmoetingscentrum in Stokrooie is tevens de vertrek- en aankomstplaats voor de kortere afstanden ‘de 8 van Stokrooie’, waaraan zo’n 500 wandelaars deelnamen.

Het Goed van Bovy behoort tot de historische kern van Bolderberg. Het werd in 1154 verworven door de abdij van Herkenrode, die het in 1636 omgrachtte en er de ‘Bolderbergse winning’ oprichtte. Het goed kreeg zijn huidige naam nadat de vroegere provinciegouverneur J.L. Bovy er zich vanaf 1846 vestigde. Het hoevecomplex bestaat uit een 18e eeuws woonhuis, enkele stallen en een grote Kempische dwarsschuur uit de 17e eeuw. Nu wordt het domein geëxploiteerd als recreatiegebied met mooie wandelpaden (over het water).

Via het domein van Herkenrode wandelen we richting Kuringen. De grote bloei hier kwam er vanaf 1317, toe, de abdij in het bezit kwam van de zogenaamde bloedende hostie van Viversel. De abdij werd toen een pelgrimsoord tot aan de opheffing in 1796. Rijk en machtig was de abdij alleszins. Ze bevat refugiehuizen in Hasselt, Maastricht en Sint-Truiden, waar de kloosterlingen in geval van gevaar konden schuilen. Het grondgebied van de abdij lag verspreid over verschillende gemeente in Limburg. In totaal bezat de abdij 3108 ha landeigendom, gegroepeerd rond meer dan 15 hoeven. Naast hun eigendommen bezaten de abdijen een andere bron van inkomsten: de tienden. En krenterig waren de zusters van Herkenrode bepaald niet : tijdens de 18e eeuw werden aan het poorthuis dagelijks honderden broden aan de behoeftigen uitgedeeld.

Aangekomen in de Gildezaal merk je een grote vorm van tevredenheid en zelfvoldoening. Het was geen gemakkelijke tocht, vooral door de omstandigheden: ik bedoel de record-warmte van de eerste echte zomerdag.

Het was een heel mooie tocht op een parcours met zorgvuldig uitgekozen paden, vaak door mooie natuurgebieden en met heel wat bezienswaardigheden op de route. Prima bevoorrading. 
Dank aan alle helpers en het bestuur van onze wandelclub die het geheel hebben mogelijk gemaakt.

Willy

Willy  in Dragonder juli - aug. 2018

Terug                                                                                     Terug